Frans Rutten

In 1985 vroeg een collega mij zijn plaats in het Comité Maastricht-Niou over te nemen aangezien hij een baan elders in het land had aangenomen. Zijn geruststellende mededeling dat van mij niet meer zou worden verwacht dan aanwezig te zijn op de vergaderingen van het Comité stond nogal in contrast met de regelmaat waarmee hij zichzelf telefonisch voor die vergaderingen afmeldde. Desondanks besloot ik in de toekomst deze vergaderingen te bezoeken en zo werd ik lid van de Stichting Comité Maastricht-Niou. Mijn baan bij de gemeente Maastricht heeft overigens geen enkele relatie met ontwikkelingssamenwerking. In die dagen was hulp aan de Derde Wereld nog niet aanvaard als een bemoeienis van gemeenten maar was het - zoals het toenmalig bestuur had kenbaar gemaakt - nuttig ook een gemeenteambtenaar in zijn gelederen te hebben.

In mijn beginperiode bij de stichting had ik het voorrecht om met enkele Maastrichtse studenten een bezoek te brengen aan Burkina Faso en het dorp Niou. Dit bezoek en het contact met de dorpsbevolking van onder andere Niou hebben een onuitwisbare indruk achtergelaten. De kennismaking met de moeilijke levensomstandigheden en de onuitputtelijke wil van de bevolking om daar iets aan te doen, hebben mij gemotiveerd hieraan mee te helpen. De Stichting Comité Maastricht-Niou is dan ook voor mij een middel om deze medewerking te verlenen.

In ruim vijftien jaar lidmaatschap heb ik vastgesteld dat mijn medewerking zonder de hulp van anderen niet mogelijk zou zijn geweest. Hiermee bedoel ik in de eerste plaats de financiële bijdragen maar nog meer de erkenning van anderen in het zinvolle van je inspanningen. Natuurlijk zijn financiële bijdragen onmisbaar maar deze erkenning, in welke vorm dan ook, is steeds weer een stimulans om er mee door te gaan.

Inmiddels zijn de gelederen binnen de stichting aanzienlijk verjongd en zijn de inspanningen - vooral met de hulp van Wim van Cotthem als ontwikkelaar van grondverbeteringsmiddelen - meer gericht op het herstel van de natuurlijke omgeving. Op die manier kan de bevolking door de teelt van onder andere groenten en fruit het sobere dagelijkse voedsel belangrijk aanvullen.

Het herstel van de natuurlijke begroeiing dient de verbetering van de bodemgesteldheid wat de landbouw weer ten goede komt. Dat alles geeft de bevolking de kans om zelf de levensomstandigheden te veranderen, zodat we samen de toekomst met meer vertrouwen tegemoet kunnen zien.