Niou-nieuws

Jaargang 16 nummer 3 September 2005

Voedseltekort in West-Afrika
Oud-leden aan het woord
Lopende en nieuwe projecten
Comité Maastricht-Niou de zomer door
Kwijtschelden schulden armste landen

Bekijk of download deze nieuwsbrief hier als PDF-bestand.

Voedseltekort in West-Afrika

In de uitgave van september 2004 maakten wij melding van de sprinkhanenplaag, die de oogsten in West-Afrika bedreigden. In februari 2005 schreven we dat met name de noordelijke staten van Afrika bleken getroffen en leek Burkina Faso de dans te ontspringen. Een artikel in de uitgave van mei 2005 kopte alarmerend 'voedseltekort in 23 Afrikaanse landen'. Inmiddels is de situatie is er niet beter op geworden.

Sprinkhanenplaag
De combinatie van ernstige droogte en de grootste sprinkhanenplaag sinds twintig jaar, heeft de graanoogsten zodanig aangetast dat de voedselvoorziening in West-Afrika tekort schiet. De schade aan de oogsten was aanvankelijk gering door de bestrijdingsmaatregelen die genomen zijn met internationale hulp. Hierdoor had de oogst in onder andere Senegal, Mali, Burkina Faso en Niger minder zwaar te lijden dan verwacht. Een uitzondering hierop was Mauritanië die de helft van haar voedselproductie vernietigd zag worden door de sprinkhanen.

Aanhoudende droogte
Volgend op deze ramp heeft de aanhoudende droogte in deze regio voor een tekort aan graan gezorgd van 70 tot 80 procent. Vooral in Niger is nu sprake van ernstig voedseltekort. De bevolking trekt in grote getale naar de steden in de hoop daar voedsel te krijgen. Ruim 2,5 miljoen mensen rond de steden in Niger hebben voedsel nodig. Daarnaast verkeren daar een extra 1,4 miljoen mensen in een zeer kwetsbare situatie. Ook de omringende landen Mali, Mauritanië en Burkina Faso worden in deze context genoemd. Begin september ontvingen we bericht van Pierre Kaboré dat de toestand drastisch verslechtert. Bij hem kloppen dagelijks tientallen mensen aan met het dringende verzoek om hulp.

Voedseltekorten
Het is niet ongewoon dat in de periode vlak voor de nieuwe oogst een tekort aan voedsel ontstaat in de Sahellanden. Doorgaans biedt het slachten van vee uitkomst. Maar nu heeft de aanhoudende droogte het gras verbrand en sterft het vee de hongerdood. Door de sprinkhanenplaag waren de oogsten in deze regio al gering. Daarnaast heeft dit de prijs van gierst, maïs en rijst opgedreven, waardoor een aantal familiehoofden in de verleiding zijn gekomen om hun schamele reserves tegen een goede prijs te verkopen. Met alle gevolgen van dien. Het Rode Kruis meldt dat de bevolking nu op allerlei manieren voedsel zoekt in afwachting van de komst van internationale voedselleveranties. Gelukkig zijn de eerste voedseltransporten inmiddels aangekomen, voornamelijk gestuurd door Franse hulporganisaties.

Kritiek op Niger
De regering van Niger heeft behoorlijk wat kritiek te verduren door hun (te) late verzoek om internationale hulp om dit drama te kunnen aanpakken. Daarnaast had volgens een medewerker van de VN de hulpvoorziening veel goedkoper kunnen verlopen als de donoren sneller hadden gereageerd op eerdere signalen. De gevolgen zouden dan minder ernstig zijn geweest. Nu moeten mensenlevens gered worden, terwijl men in een eerder stadium meer preventief had kunnen werken.

Honger hoeft niet
Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, wikkelt er geen doekjes om. Afrikanen hoeven geen honger te lijden, als het gevaar maar tijdig wordt onderkend en aangepakt, is zijn stellige overtuiging. Naast de genoemde West-Afrikaanse landen hangt een scenario van ernstige honger en onzekere voedselvoorziening ook nog circa 20 miljoen mensen in het zuiden van Soedan, Ethiopië, Eritrea en Somalië boven het hoofd. Als de wereld nu in actie komt kan dat worden afgewend. Veel van deze landen kampen naast honger aan een breed scala van problemen zoals langdurige droogte, snel oprukkende woestijn, sprinkhanenplagen en regionale marktcrises. Honger is niet het enige schadelijke gevolg. Waar honger is, treffen we ook sociale ontwrichting, grootscheepse migratie, voortwoekerende ziekten en gewelddadige conflicten. Zolang magen leeg blijven, kan een land niet werkelijk vrij zijn en zich ontwikkelen.

Vijf aktiepunten van Kofi Annan
1. De allereerste signalen moeten beter worden geanalyseerd. Betreft het 'business as usual' of betreft het een noodsituatie. De te nemen maatregelen zijn niet voor beide situaties gelijk.
2. (Nood)fondsen dienen permanent en in voldoende mate beschikbaar te zijn, waardoor operaties snel ingang gezet kunnen worden. Hiertoe wordt voorgesteld het Noodfonds van de VN te vertienvoudigen.
3. Het accent moet liggen op preventie door de plaatselijke agrarische productie te stimuleren. Schuldenverlichting, meer hulp, en maatregelen om internationale en regionale handelsstructuren gunstiger te maken kunnen daaraan bijdragen. Door gebruikmaking van nieuwe wetenschappelijke inzichten en elders opgedane ervaringen moeten wij een groene revolutie in Afrika ontketenen.
4. De bestaande sterke punten en structuren van de regio moeten worden versterkt. Zo verdienen de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) en het Nieuwe Partnerschap voor de Ontwikkeling van Afrika (NEPAD) meer internationale steun.
5. Wij moeten geen schuldigen aanwijzen, maar met zijn allen in de spiegel kijken. Ook bij het drama in Niger zijn alle relevante spelers, ieder op zijn eigen wijze, te traag op gang gekomen. Te laat is de ernst van de situatie begrepen, zijn mensen ingezet en de noodzakelijke middelen gestuurd.

De slogan van ons Comité sluit naadloos aan op hetgeen Kofi Annan onder punt 3 verwoordt:
'Groen voor Burkina Faso'. Wij hopen dat er door deze uitspraken ook daadwerkelijk meer middelen beschikbaar komen om de voorgestane groene revolutie in Afrika te ontketenen. Ondertussen gaan wij als Comité, gesterkt door bovenstaande visie, verder met onze eigen revolutionaire groen-projecten.

Bewerkt artikel uit NRC 30 augustus 2005

terug naar boven

 

Oud-leden aan het woord

Sjef Vink

Om meer bekendheid te geven aan de activiteiten van het Comité Maastricht– Niou heb ik vaak een praatje gehouden voor leerlingen van lagere en middelbare scholen in Maastricht. Daarbij vertoonde ik dan dia’s en beantwoordde vragen van de jongens en meisjes. Na een van die ‘spreekbeurten’ voor een middelbare school kwam een van de docenten naar mij toe. Hij had met belangstelling geluisterd, zo zei hij en hij vond het prachtig, dat er nog zulke idioten bestonden zoals ik en ‘die Belgische professor ‘ die daar in Afrika bomen gingen planten. Hij vond het allemaal maar erg idealistisch en niet getuigend van werkelijkheidszin maar wenste ons desondanks succes met onze inspanningen. Zo’n commentaar zet je natuurlijk aan het denken en je gaat je afvragen: Waar ben ik mee bezig? Heeft het zin je in te spannen voor mensen in een ver, vreemd land dat niet alleen geografi sch mijlen ver van je afstaat. Ik moet toegeven, dat ik wel eens mijn twijfels gehad heb, zeker als er zaken niet liepen zoals je gewenst had of als je te maken kreeg met onbegrip of corruptie. Toch ben ik telkens weer opnieuw overtuigd geraakt van de zin van ons ontwikkelingswerk. Voordat ik lid werd van het Comité heb ik als programmamedewerker van de R.O.Z. (Regionale Omroep Zuid) een aantal keren de gelegenheid gehad kennis te maken met de problematiek van derde-wereld-landen. Daarbij heb ik schrijnende gevallen van armoede en ondervoeding gezien en de meeste indruk heeft destijds op mij gemaakt een bezoek aan een ziekenhuis in Phalombe (Malawi) dat gerund werd door een paar Limburgse (medische) missiezusters. In een van de zaaltjes lagen zwaar ondervoede kinderen, die te laat hulp hadden gekregen en gedoemd waren te sterven. Het beeld van die magere lijfjes, de grote glanzende ogen van de kinderen en de radeloze ouders naast de bedjes staat op mijn netvlies gegrift. Ik heb mij toen voorgenomen iets te ondernemen om aan deze onnodige mistoestanden een einde te maken. Toen ik dan ook in 1981 gevraagd werd om lid te worden van het Comité Maastricht - Niou hoefde ik niet lang na te denken en tot op de dag van vandaag ben ik ervan overtuigd dat het Comité goed bezig is. Resultaten zijn moeilijk in cijfers uit te drukken, maar dat de leefomstandigheden van een heleboel mensen in Burkina Faso door onze inspanningen aanzienlijk zijn verbeterd, staat voor mij vast. En ook dat fatale ondervoeding daardoor in een aantal gevallen voorkomen is. Ik ben dan ook ontzettend blij dat na mijn afscheid een aantal enthousiaste jongere mensen met veel inzet het werk heeft voortgezet. En ik hoop dat zij net als ik van het grote nut van dit werk overtuigd zullen blijven.

terug naar boven

 

Lopende en nieuwe projecten

Zoals in het hoofdartikel is aangegeven leeft de bevolking momenteel van dag tot dag in Burkina Faso en is bezig om voldoende voedsel te verzamelen. Arbeid leveren voor de aanleg van nieuwe projecten heeft nu niet de prioriteit. Toch hebben we weer nieuws te melden.

Herbebossingsproject
Pierre heeft een geschikt terrein gevonden in Meguét. Hier wil hij eerst experimenteren met technieken, mensen opleiden, het zelf produceren van bomen uit zaden, het uitplanten en de benodigde bescherming voor de jonge planten/bomen. De nadere uitwerking van herbebossingsprojecten zullen daarna volgen.

Kinkingoro en Yama
Om te weten waar we aan toe zijn heeft Pierre Kaboré een inschatting gemaakt van de kosten voor het aanleggen van 14 ha anti-erosie maatregelen in de vorm van "cordons pierreux" in en rondom het dorp Yama. Ook voor het aanleggen van een groentetuin in Kinkingoro heeft Pierre een onderbouwd verzoek ingediend. In augustus heeft het Comité de eerste helft van het benodigde bedrag overgemaakt en daarmee kunnen deze twee nieuwe projecten worden gestart.

terug naar boven

 

Comité Maastricht-Niou de zomer door

Zomer 2005 stond voor ons Comité bol van deelname aan zeer diverse activiteiten die georganiseerd werden in Maastricht. Door onze deelname hebben we de bekendheid met Burkina Faso en met onze projecten in het bijzonder weer kunnen vergroten. Voor ons is het de uitdaging om elke keer een Afrikaanse omgeving te creëren, waarin het publiek zich op haar gemak voelt. Nieuwsgierig gemaakt door de entourage en geïntrigeerd geraakt door de foto’s komen dan de gesprekken vanzelf op gang. Het waren veelal geanimeerde dagen waarbij naast de kennisoverdracht ook vele anekdotes met elkaar zijn uitgewisseld. Hieronder volgen impressies van de diverse activiteiten.

Reunie Aloysiusschool
Al meer dan 20 jaar heeft de basisschool Sint Aloysius, gelegen in het centrum van Maastricht, een bijzondere band met het Comité Maastricht-Niou. Door tal van activiteiten ondersteunen leerlingen, hun ouders en leerkrachten de projecten in Burkina Faso. De kerstkaartenactie is een reguliere en lucratieve activiteit, die inmiddels berucht is in Maastricht en omstreken. Op 21 november 2004 is op feestelijke wijze herdacht dat precies 150 jaar geleden de school werd gesticht door de broeders van de Beyart. Als onderdeel van alle feestelijkheden is op 21 mei 2005 een omvangrijke reünie georganiseerd voor alle oud-leerlingen. Deeluitmakend van de “Aloysius-familie” waren wij als Comité uitgenodigd om de resultaten van onze groenprojecten te tonen. Vol trots betrokken we het klaslokaal van de leerlingetjes van juffrouw Kim. Een paar dagen eerder hadden we van Sjef Vink een authentieke tropenkoffer ontvangen met verassende inhoud: allerlei gewaden uit Burkina Faso. Naast de voor zichzelf sprekende foto’s, hadden we dit keer ook groenten uitgestald die daadwerkelijk in de groentetuinen worden verbouwd. Zo hadden we al snel het klaslokaal omgetoverd tot een tropisch sfeertje. Veel leerlingen (oud en jong) waren nieuwsgierig, bekeken de foto’s en bladerden door de oude collectie kerstkaarten. Leuk om aan een dergelijk enthousiast en betrokken publiek tekst-en-uitleg te geven. Met dank aan juffrouw Kim, die de honeurs voor ons waarnam als wij even een ommetje door het zo fraaie gebouw aan het maken waren!!

Ronde Tafel 179 doneert 5000 euro
Op 16 juni 2005 is voor de derde keer op rij het Bassinario gehouden. Op dit succesvolle feest aan het Bassin in Maastricht kunnen deelnemers voor een vast bedrag genieten van drank, eten en muziek. De Ronde Tafel 179 van Maastricht is de organisator van dit evenement en selecteert voor de opbrengst van dit feest een goed doel. Dit jaar is een bedrag van euro 5000,- aan het Comité Maastricht-Niou ter beschikking gesteld. Het spreekt voor zich dat wij zeer ingenomen zijn met deze gift, waarvoor wij de Ronde Tafel nogmaals hartelijk dank zeggen. De bijdrage zal in zijn geheel worden besteed aan onze groenprojecten in Burkina Faso. Daarnaast heeft de Ronde Tafel 179 aangekondigd met het Comité Maastricht-Niou verder te willen samenwerken. In verband hiermee hebben we uit ons midden een petit-comité gevormd met als doel COMITE MAASTRICHT-NIOU DE ZOMER DOOR deze samenwerking met de Ronde Tafel 179 verder uit te werken. Dus wordt vervolgd…

Maastricht binnenste buiten
Op 19 en 20 juni 2005 organiseerde Lions Euregio Maastricht wederom de Open Tuinendagen in Maastricht. Een twintigtal tuinen in de binnenstad en in de wijk Sint Pieter lagen er weer prachtig bij, dankzij de enorme inzet van de tuineigenaren. Dit jaar was in de toegangskaarten een boottocht naar Slavante op Sint Pieter inbegrepen. Het was verheugend dat een aantal nieuw te bezichtigen tuinen waren toegevoegd aan een aantal langer bekend staande tuinen. Als centraal vertrekpunt en kaartverkoopbalie was gekozen voor het Spaans Gouvernement aan het Vrijthof.

Net als vorig jaar heeft het Comité acte de présence mogen geven tijdens de tuinendagen. Het was een prachtig weekend met ‘Burkina Faso’-achtige temperaturen. De stand van het Comité stond midden op de binnenplaats van het Spaans Gouvernement en werd dan ook het hele weekeinde druk bezocht. Het verstrekken van bekertjes water aan het verhitte publiek bezorgde ons een mooie aanleiding voor het aangaan van gesprekken. We hebben dan ook weer veel leuke reacties ontvangen en mochten zelfs een twintigtal nieuwe aanmeldingen voor een abonnement op het Niou Nieuws noteren. Wij zijn zeer verheugd over deze vruchtbare samenwerking met de Lions. Enerzijds ontvangen we een deel van de opbrengst van de tuinendagen, wat ons de mogelijkheid biedt om weer nieuwe projecten te starten. Anderzijds biedt het ons een uitgelezen kans om van gedachte te wisselen met mensen die geïnteresseerd zijn in groen en in tuinen, de doelgroep overlapt. Als tegenprestatie hebben wij als Comité dit jaar de afsluitende borrel mogen organiseren. Dit werd een gezellige afsluiting van een geslaagd weekend van de (groent)tuinen. Op naar volgend jaar !

André Rieu op het vrijthof in Maastricht
Op 8, 9 en 10 juli hield André Rieu maar liefst vier open-air concerten. En wel midden op het Vrijthof in zijn eigen geboortestad Maastricht. Het zijn dagen geworden waar nog lang menig Maastrichtenaar aan zal refereren. Een daverende thuiswedstrijd met naast de indrukwekkende muziek ook de schitterende lichtshows en een prachtig decor. Met onverholen trots hebben enkele (oud)-leden van het Comité naar het optreden van “onze” André, zijn Salonorkest en de diverse solisten geluisterd. André is namelijk de beschermheer van het Comité. Deze bijzondere relatie is gestart via de organisatie van een benefi et-concert op 20 juni 1987. Het galaconcert kreeg als motto mee: “Stop de Sahel, een tientje voor een boom!” Sindsdien draagt André het Comité een warm hart toe en ondersteunt nog steeds onze visie.

terug naar boven

terug naar activiteiten in maastricht

 

Kwijtschelden schulden voor armste landen

Resultaat top G8
In juni 2005 is weer een top gehouden van de G8, de zeven rijkste geïndustrialiseerde landen en Rusland, ditmaal in het Schotse Gleneagles. Tijdens deze top is overeenstemming bereikt over de onmiddellijke kwijtschelding van schulden van 18 allerarmste landen met een totale waarde van 16,7 miljard USD. Het betreft 14 landen in de sub-Sahara – waaronder Burkina Faso – en 4 landen in Latijns-Amerika. Daarnaast komen de komende tijd nog negen andere landen in aanmerking voor kwijtschelding, waardoor met deze beslissing in totaal een bedrag van 40 miljard USD gemoeid is. Behalve de kwijtschelding betekent het ook dat deze landen niet meer verplicht zijn om hun jaarlijkse rente van 1,5 miljard dollar te betalen.

Kwijtschelding schulden
De kwijtschelding van deze schulden is al jarenlang onderwerp van gesprek. De arme landen bleken niet in staat om de aanzienlijke leningen af te betalen. Met deze overeenstemming is de bestaande situatie nu formeel vastgelegd. Met name de wijze van afhandeling van de kwijtschelding stond voortdurend ter discussie. Uiteindelijk is besloten dat de kwijtschelding de rijke landen geen cent kost. De geldverschaffers (het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en de African Development Bank) zijn instellingen waarvan de industrielanden aandeelhouders zijn. De kwijtschelding wordt gecompenseerd via extra afdrachten van de rijke landen aan met name de Wereldbank. Het pikante hiervan is dat deze extra afdrachten afkomstig zijn uit reeds bestaande budgetten voor ontwikkelingshulp. Dit extra geld gaat dus ten koste van andere bestedingen op het gebied van internationale hulpverlening.

Extra hulp
Wel heeft de G8 het voornemen om de ontwikkelingshulp aan Afrika te verdubbelen met 25 miljard USD per jaar. Daarnaast hebben de Verenigde Staten aangekondigd een fors bedrag vrij te maken voor de bestrijding van de hongersnood in de hoorn van Afrika en hebben zij een ‘Marshall-plan’ opgesteld voor armoedebestrijding in de 50 armste landen. Dit plan gaat over de afschafffing van handelsbarrières op alle goederen uit deze 50 landen. Hierover worden aan het eind van 2005 nadere afspraken gemaakt.

Diverse meningen
Dit zijn belangrijke ontwikkelingen in het aanpakken van wereldproblemen en in het bereiken van de zogenoemde millennium doelstellingen, waaronder het verminderen van de armoede, de bestrijding van aids en de economische ontwikkeling van deze 50 landen. Van deze maatregelen moet een impuls uitgaan naar de rijke landen om te investeren in deze arme landen. Na het bekendmaken van deze besluiten is in de media uitvoerig stilgestaan bij de diverse methoden, waarmee deze doelstelling het beste kunnen worden bereikt.

Geld leidt niet tot verbetering
Critici verwerpen het vrijmaken van extra fi nanciële middelen om deze doelen te bereiken. Zij stellen dat geldelijke bijdragen niet leiden tot verbetering, economische groei en ontwikkeling. Als voorbeeld wordt Afrika genoemd, waaraan al gedurende een halve eeuw geld is geschonken. Hoewel het geld daadwerkelijk voor ontwikkeling is bedoeld, voeren politiek-strategische doelen de boventoon. Daarnaast werkt veel hulp als een soort exportkrediet voor de producten afkomstig uit de donorlanden zelf. Een ander mening is dat veel geld besteed wordt aan de (goed) betaalde banen van de ontwikkelingswerkers en zodoende niet bij de behoeftigen terecht komt.

Opheffen van handelsbelemmeringen?
Alle arme landen moeten toegang krijgen tot de vrije handel en het kapitalisme. Alle handelsbelemmeringen moeten worden opgeheven. De landbouwsubsidies in Westerse landen moeten opgeven worden. Alleen op deze manier kunnen arme en rijke landen onder gelijke voorwaarden aan hun positie op de wereldhandel werken. Lijnrecht hier tegenover staat de opvatting dat arme landen zich moeten beschermen (d.m.v. tariefmuren) tegen de schadelijke effecten van de vrije handel en in een economisch isolement aan hun opbouw moeten werken. Voorbeelden hiervan zijn Zuid-Korea, Japan, China en India. Afrikaanse landen zouden hun onderlinge concurrentie moeten afbouwen en naar schaalvergroting van de eigen markt moeten streven.

Overige factoren
Economische groei en daarmee de afname van armoede is afhankelijk van vele factoren, zoals natuurlijke omstandigheden, historische ervaringen, demografie, instituties, economische beleid en machtsstructuren. Buitenlandse hulp is maar één factor en niet de factor die automatisch tot ontwikkeling leidt. Zij levert wel een bijdrage aan versnelling van de groei, maar niet als starter van de groei. Volgens deze laatste opvatting kan ontwikkelingshulp wel bijdragen aan verbetering van de voorwaarden voor economische groei, waaronder versterking van onderwijs, gezondheidszorg en landbouw. Hierin komt het belang van de niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) naar voren, waaronder het Comité Maastricht-Niou. Onderwijs, gezondheid en landbouw zijn precies de drie onderwerpen waarop ons Comité zich in de jaren tachtig en negentig heeft gericht. Een dergelijk breed scala van terreinen kon door ons kleine Comité echter onvoldoende worden behartigd. Met als gevolg een beperking van het werkterrein tot de verbetering van de voedselvoorziening door herstel van de natuurlijke omgeving, die onder invloed van de klimatologische omstandigheden zo te leiden heeft. En daarmee een basisdoelstelling als randvoorwaarde voor de economische groei en ontwikkeling.


Frans Rutten

terug naar boven