Willemien Lenders

Sinds 2003 ben ik lid van het Comité Maastricht-Niou. Mijn belangstelling voor Afrika is eigenlijk al ontstaan op de basisschool, toen een zuster dia's liet zien over haar verblijf in de tropen. Die maakten veel indruk. Die belangstelling is blijven bestaan en heeft een rol gespeeld bij mijn keuze voor de studie sociale geografie en later de afstudeerrichting sociale geografie van de ontwikkelingslanden. Als logisch gevolg ben ik gaan werken binnen de sector ontwikkelingssamenwerking. Zo kwam ik ook in Burkina Faso terecht: in het kader van de bilaterale samenwerking tussen Nederland en Burkina Faso, samen met mijn man en kinderen. Nederland ondersteunde in Burkina een aantal geïntegreerde plattelandsontwikkelingsprogramma's. Het programma waar ik in werkte was in de regio "Centre-Ouest", dat als hoofdplaats Koudougou heeft, 100 km ten westen van Ouagadougou. Vier jaar hebben we daar gewoond (1992 - 1996).

Burkina Faso is een bijzonder land om in te wonen. Niet zozeer vanwege de natuur, maar vooral vanwege de mensen. Aangezien ons werk zich richtte op plattelandsontwikkeling vonden de activiteiten die we ondersteunden dan ook plaats in de dorpen. Het waren activiteiten gericht op duurzame landbouw, tuinbouw, veeteelt, alfabetisering, drinkwater, etc. Om die activiteiten te volgen en contact te houden met de lokale staf en met de boeren was ik regelmatig in het veld. Uit de contacten met de lokale bevolking haal je je motivatie en inspiratie. Ik was onder de indruk van hun enthousiasme, hoe hard mensen werken in die zware omstandigheden en voor zo weinig opbrengst. En hoe gastvrij mensen zijn; ze willen je altijd iets geven: als het kan bereiden ze een maaltijd. Is daar geen tijd voor dan krijg je de kip levend mee, groente uit hun tuin of iets anders waar ze je een plezier mee denken te doen.

Sinds 1998 wonen we weer in Nederland. Na tien jaar in Afrika te hebben gewoond wilden we in Nederland weer wat opbouwen. Werk vinden binnen ontwikkelingssamenwerking is niet vanzelfsprekend en zeker niet als je niet in de Randstad wilt wonen. Ik ben me daarom gaan bijscholen en werk nu als aardrijkskundedocent in het volwassenenonderwijs. Dat is heel boeiend werk, maar als je eenmaal in Afrika hebt gewerkt, laat dat je toch nooit meer los. Dus toen ik hoorde van het bestaan van dit Comité en informatie kreeg over de manier van werken, had ik wel belangstelling om kennis te maken.
Wat me vooral aantrok aan het comité is dat het zich richt op één bepaalde sector: bos- en tuinbouw. Het is dan duidelijk waar je voor staat. Bovendien hebben vooral de tuinen een direct effect op de leefomstandigheden van de Burkinabè doordat ze de voedselsituatie verbeteren.
Het werken met een lokale tussenpersoon die projecten kan identificeren en begeleiden vind ik positief.
Zo ook het feit dat het Comité geworteld is in de Maastrichtse gemeenschap, met name door de samenwerking met de Aloysiusschool. Het blijkt voor zowel de Maastrichtse kant als de Burkinese kant heel stimulerend als je zo direct bij elkaar betrokken bent en op korte termijn resultaten ziet van je inspanningen, b.v. de aanleg van schooltuinen in Burkina Faso die gefinancierd kunnen worden door het geld dat de school bij elkaar gebracht heeft.
Ik hoop dan ook dat de vruchtbare samenwerking tussen Maastricht en Burkina Faso nog verder uitgebouwd zal worden en nog lang kan voortbestaan. Daar wil ik graag een bijdrage aan leveren.